|

















|
| Kartnieuws
www.autosport.nl |
Kartnieuws
NAB / KNAF |
GPUpdate.net |
|
|
|
|
Tips
| Ideale
lijn |
| De
ideale lijn is de vloeiendste weg van start naar finish.
Door die lijn te volgen, houd je de meeste snelheid in
de kart. Dit is dan ook meteen de kunst van het karten,
de snelheid in je kart houden. |
| Enkele
bocht |
| Tijdens
het rijden kun je de meeste tijd winnen door het
beter nemen van de bochten, dus de ideale lijn volgen.
De ideale lijn is op een droge baan anders dan op
een natte baan. Het aansnijden van een bocht is
erg belangrijk. Als je de ideale lijn wilt rijden,
moet je je kart optimaal "zetten", dat is het in
een drift brengen van de kart (zie verder het onderdeel
"remmen"). Zorg dat je tijdens de bocht je gewicht
tegen de bocht in zet. Op deze manier zorg je ervoor
dat de bandjes aan de buitenkant van de bocht meer
druk hebben. Hierdoor kan je harder door de bocht
omdat je meer grip hebt. Op sommige circuits kan
deze techniek je echt een aantal tienden van een
seconde opleveren. Ook het uitaccelereren van een
bocht is belangrijk, hoe eerder je op het gas kan,
des te beter. Maar als je het te vroeg doet heb
je een grote kans dat je spint. Je kunt dus voelen
aan een kart wanneer hij de "apex" (midden van een
bocht) door is. Anders spin je of moet je bijsturen,
en dat kost een hoop tijd. Dus je hebt veel concentratievermogen
nodig. Om de ideale lijn te volgen moet je meestal
de bocht ruim nemen, moet je naar de binnenkant
sturen en moet je er ruim uitkomen. Dit allemaal
om zo weinig mogelijk te sturen en te remmen, waardoor
je weer meer snelheid hebt op het rechte stuk na
de bocht. |
|
|
| Bochtencombinatie |
| Wanneer
er na de eerste bocht direct een andere bocht volgt,
spreken we van een bochtencombinatie. In een combinatie
moet je doorgaands de eerste bocht enigzins opofferen
om de tweede zo hard mogelijk door te kunnen gaan.
In dat geval de eerste bocht zo nemen dat je niet
helemaal aan de buitenkant uitkomt om de tweede
bocht goed in te kunnen sturen. |
|
|
| Remmen |
| Het
remmen verdient ook de nodige aandacht. Des te later je
remt des te meer tijd je wint. Maar het kan ook gebeuren
dat je wielen blokkeren, waardoor je alsnog rechtdoor
schiet. Je moet dus een beetje gokken hoe laat je kan
remmen, het beste is om iedere ronde iets later te remmen,
waardoor je vanzelf merkt wanneer het niet meer kan.Tijdens
het remmen kun je je kart ook "zetten", al een beetje
insturen, terwijl je nog aan het remmen bent. Waardoor
je nog sneller afremt. Meestal glij je iets over de voorwielen.
Als je wielen weer grip krijgen moet dat op de juiste
snelheid gebeuren, anders spin je er alsnog af. Hoe vloeiender
de bocht des te minder hoef je de kart te 'zetten' en/of
te laten glijden. Probeer de kart in snelle bochten zoveel
mogelijk te laten rollen. Zonder dat daarbij dwarswerkende
vrijving over de banden ontstaat. Bij een krappe bocht
die met hoge snelheid wordt benaderd, moet je juist gebruik
maken van de afremmende wrijving die ontstaat door de
kart dwars te gooien. |
| Driften |
| Zorg
ervoor dat je het driften beperkt houdt, maar als je een
bocht driftend neemt zorg er dan voor dat je je kart onder
een hoek van ongeveer 15° houdt. Dit kun je doen door
tijdens het insturen of tijdens over- en onderstuur schoksgewijs
te sturen. Dit zal er voor zorgen dat je de kart tijdens
het insturen of tijdens een drift beter opvangt. Vaak
als je statisch instuurt wordt de hoek tijdens de drift
te hoog en verlies je veel snelheid.In trage bochten waar
men snel drift is het vaak een goede techniek om pompend
gas te blijven geven in de bocht. Hierdoor behoud je tractie
en heb je vaak meer grip. |
| Regenrijden |
| Op
een natte baan heb je minder grip. Dus moet je eerder
remmen en behoedzamer op het gas gaan, want je kunt
gewoon minder hard. Ook de te rijden idale lijn
kan in sommige gevallen anders zijn. Op de "droge"
lijn ligt vaak een rubberlaagje dat nog eens extra
glad wordt tijdens de regen. Door aan de buitenkant
van de lijn te rijden, heb je meer grip. Daar komt
bij dat je minder scherp moet sturen als je de bocht
buitenom rijdt. Daardoor wringt en glijdt de kart
ook nog eens een stuk minder. Deze techniek gaat
met name op voor vloeiende bochten.Bij een haakse
bocht of een chicane is de snelste weg vaak gewoon
de normale ideale lijn. Het hangt af van de hoeveelheid
regen en de baan hoe de regenlijen precies lopen.
Hoe droger het wordt, hoe meer je weer richting
droge lijn gaat. |
|
|
| Veel
trainen |
| Om
steeds sneller te gaan kun je het beste veel rijden. Probeer
ook eens op wat snellere rijders te letten, van hun kun
je vaak veel leren hoe je bepaalde bochten het beste kunt
nemen. |
Vlaggen
| Geel |
 |
Gevaar
Bij de gele vlag mag je niet inhalen want er is
een gevaarlijke situatie, bijvoorbeeld een gecrashte
kart op de baan. Matig ook je snelheid en kijk heel
erg goed uit! |
|
| Blauw |
 |
Inhaalsignaal
De blauwe vlag wordt op 2 manieren gebruikt, stil
en vlaggend. Wanneer de vlag niet wordt bewogen
betekent het dat je een of meer ronden achterstand
en dat andere coureurs je willen inhalen. Als de
official vlagt met de blauwe vlag dan betekent het
dat je een of meerdere ronden achterstand hebt en
dat je achterliggende coureurs voorbij moet laten
gaan omdat ze je willen inhalen. |
|
| Rood |
 |
Race
afgebroken
Let op! Er is een ongeval gebeurt, alle karts moeten
stoppen en de race wordt stilgelegd. |
|
| Zwart |
 |
Gediskwalifiseerd
Je bent gediskwalificeerd, je moet direct de race
verlaten via de pitstraat. Meestal staat er op de
vlag het nummer van de kart zodat de coureur weet
dat hij van de baan moet. |
|
| Zwart-Wit
geblokt |
 |
Finishvlag
De finishvlag wordt aan het einde van de race getoond,
net zolang totdat alle karts binnen zijn. Hierna
rijden de karts rustig richting de pitstraat. |
|
|
|

Copyright jankart.nl Sappemeer-Holland 2006-2010
|
|